Wikia


Het aartsbisdom Santiago de Compostela is een bisdom in Spanje en behoort tot de kerkprovincie Santiago de Compostella.

GeschiedenisEdit

Volgens een legende zou ergens tussen 818 en 842, ten tijde van koning Alfons II van Asturië, op de plaats waar nu de kathedraal van Santiago de Compostella staat, de grafkelder van de apostel Jakob ontdekt zijn.

De legende: De heremiet Paio, die woonde in hutje in een bos, zag op een dag in een heldere ster aan de hemel verschijnen. Paio zag dit als een goddelijke boodschap of aanwijzing. Hij waarschuwde daarom de bisschop van Iria Flavia, Teodomiro, die daarna de resten van Jakob en twee van diens discipelen ontdekte. Deze legende wordt als verklaring gebruikt voor de naam Compostela, die zou zijn afgeleid van het Latijnse campus stellae, het veld van de sterren.

Aanvankelijk vestigden zich boeren uit de omgeving nabij de kerk die Alfonso II bij de tombe liet bouwen. Vermoedelijk onder Alfons III van Asturië werd een tweede kerk gebouwd die nu bekend is als Compostela II. Het is mogelijk dat zich in Santiago de Compostela al vóór de vondst van het graf een religieuze gemeenschap bevond. De theoloog en historicus Henry Chadwick suggereerde dat het het graf van Priscillianus van Ávila zou kunnen zijn, maar hiervoor is geen bewijs terug te vinden.

De pelgrims begonnen, zij het nog niet in groten getale, al voor het jaar 1000 naar Santiago te trekken. De bisschop van Le Puy, Godescalc or Gottschalk, zou Santiago bezocht hebben in 951, en Vermandois, de aartsbisschop van Reims in 961. Volgens een ander verhaal zou de stad door de Moren onder leiding van Almanzor in 997 zijn geplunderd, waarbij het graf van de apostel echter ongeschonden bleef. Er waren destijds al andere pelgrimsoorden zoals Vézelay, Rome, Santiago de Compostela en Saint-Gilles, maar blijkbaar oefende Santiago de Compostela een speciale aantrekkingskracht uit. Rond het midden van de 11e eeuw was Santiago al internationaal bekend als pelgrimsoord. De pelgrims brachten geschenken mee, en kochten hun schulden af, waardoor de kerk binnen korte tijd zeer rijk en invloedrijk werd. De geestelijkheid kocht onroerend goed en werd daarmee een bedreiging voor de feodale landadel.

Tijdens het Concilie van Clermond-Ferrand in 1095 wist bisschop Dalmatius de paus zover te krijgen dat hij de bisschopszetel van Santiago de Compostela direct liet vallen onder de autoriteit van Rome, zodat hij niet langer afhankelijk was van de diocees van Braga. Bisschop Diego Gelmírez wist, door het betalen van veel goud en zilver aan de paus Paschalis II, te bewerkstelligen dat Santiago een aartsbisdom werd. Diego Gelmírez schrijft hier zelf vrij onomwonden over in zijn Historia Compostellana.

Bisschoppen van Santiago de CompostelaEdit

  • Diego Peláez - bisschop van 1071 tot 1088
  • Pedro de Cardeña - bisschop van 1088 tot 1090
  • Diego Gelmírez - plaatsvervanger (geen bisschop) van 1090 tot 1094
  • Dalmatius - bisschop van 1094 tot 1096
  • Diego Gelmírez - bisschop van 1101 tot 1120,

AartsbisschoppenEdit

  • Diego Gelmírez – (1120-1139)
  • Berenguel oftewel Berengario (1140-1142)
  • Pedro Helías (1143-1149)
  • Bernardo I (1151-1152)
  • Pelayo Camundo (1153-1167)
  • Martín Martínez (1156-1167)
  • Pedro Gundestéiz (1168-1173)
  • Pedro Suárez de Deza (1173-1206)
  • Pedro Muñiz (1207-1224)
  • Bernardo II (1224-1237)
  • Juan Arias (1238-1266)
  • Egas Fafez de Lanhoso (1267)
  • Gonzalo Gómez (1273-1281?)
  • Rodrigo González (1286-1304)
  • Rodrigo del Padrón (1307?-1316)
  • Berenguel de Landora (1317-1330)
  • Juan Fernández de Limia (1331-1338)
  • Martín Fernández (1339-1343)
  • Pedro (1344-1351)
  • Gómez Manrique (1351-1362)
  • Suero Gómez de Toledo (1362-1366)
  • Alonso Sánchez de Moscoso (1367-1367)
  • Rodrigo de Moscoso (1368-1382)
  • Juan García Manrique (1383-1388)
  • Lope de Mendoza (1399-1445)
  • Álvaro Núñez de Isorna (1445-1449)
  • Rodrigo de Luna (1451-1460)
  • Alonso II de Fonseca y Acevedo (1460-1465) (1e maal)
  • Alonso de Fonseca (1464-1469) (aartsbiscchop van Sevilla, apostolisch administrateur)
  • Alonso de Fonseca y Acevedo (1469-1507) (2e maal)
  • Pedro Luis de Borja (1507-1507) (daarna bisschop van Valencia)
  • Alonso de Fonseca y Ulloa (1507-1523) (daarna aartsbisschop van Toledo)
  • Juan Pardo de Tavera (1524-1534) (daarna aartsbisschop van Toledo)
  • Pedro Gómez Sarmiento (1534-1541)
  • Gaspar Avalos de la Cueva (1542-1545)
  • Pedro Manuel (1546-1550)
  • Juan Álvarez y Alva de Toledo, O.P. (1550-1553) (daarna bisschop van Albano)
  • Gaspar Zúñiga Avellaneda (1558-1569) (daarna aartsbisschop van Sevilla)
  • Cristóbal Fernández Valtodano (1570-1572)
  • Francisco Blanco Salcedo (1574-1581)
  • Juan de Yermo (Liermo) y Hermosa (1582-1584)
  • Alonso Velázquez (1583-1587)
  • Juan de Sanclemente Torquemada (1587-1602)
  • Maximiliano de Austria (1603-1614)
  • Juan Beltrán Guevara y Figueroa (1615-1622)
  • Luis Fernández de Córdoba Portocarrero (1622-1624) (daarna aartsbisschop van Sevilla)
  • Agustín Antolínez, O.S.A. (1624-1626)
  • José González Díez, O.P. (1627-1630) (daarna aartsbisschop van Burgos)
  • Agustín Spínola Basadone (1630-1645) (daarna aartsbisschop van Sevilla)
  • Fernando Andrade Sotomayor (1645-1655)
  • Ambrosio Ignacio Spínola y Guzmán (1668-1668) (daarna aartsbiscchop van Sevilla)
  • Pedro Carrillo y Acuña (1665-1667)
  • Ambrosio Ignacio Spínola y Guzmán (1668-1669)
  • Andrés Girón (1670-1681)
  • Francisco de Seijas Losada (1681-1684)
  • Antonio Monroy (1685-1715)
  • Luis Salcedo Azcona (1716-1722) (daarna aartsbisschop van Sevilla)
  • Miguel Herrero Esgueva (1723-1727)
  • José del Yermo Santibáñez (1728-1737)
  • Manuel Isidro Orozco Manrique de Lara (1738-1745)
  • Cayetano Gil Taboada (1745-1751)
  • Bartolomé Rajoy Losada (1751-1772)
  • Francisco Alejandro Bocanegra Jivaja (1773-1782)
  • Sebastián Malvar y Pinto, O.F.M. (1783-1795)
  • Felipe Antonio Fernández Vallejo (1797-1800)
  • Rafael Múzquiz Aldunate (1801-1821)
  • Juan García Benito (1822-1824)
  • Simón Antonio Rentería Reyes (1824-1824)
  • Rafael Manuel José Benito de Vélez Téllez, O.F.M. Cap. (1824-1850)
  • Miguel García Cuesta (1851-1873)
  • Miguel Payá y Rico (1874-1886) (daarna aartsbisschop van Toledo)
  • Victoriano Guisasola y Rodríguez (1886-1888)
  • José María Martín de Herrera y de la Iglesia (1889-1922d)
  • Manuel Lago y González (1923-1925)
  • Julián de Diego y García Alcolea (1925-1927)
  • Zacarías Martínez Núñez, O.S.A. (1927-1933)
  • Tomás Muñiz Pablos (1935-1948)
  • Carmelo Ballester Nieto, C.M. (1948-1949)
  • Fernando Quiroga Palacios (1949-1971)
  • Ángel Suquía Goicoechea (1973-1983) (daarna aartsbisschop van Madrid)
  • Antonio María Rouco Varela (1984-1994) (daarna aartsbisschop van Madrid)
  • Julián Barrio Barrio (sinds 1996)

Bronnen, noten en/of referentiesEdit

Bronnen, noten en/of referenties:

  • Saint James's Catapult, The Life and Times of Diego Gelmírez of Santiago de Compostela, R.A. Fletcher, 1984
  • Historia de Galicia, Vicente Risco, 1971, Uitgeverij Galaxia
gl:Arquidiocese de Santiago de Compostela

it:Arcidiocesi di Santiago di Compostela pt:Arquidiocese de Santiago de Compostela zh:天主教圣地亚哥-德孔波斯特拉总教区