Wikia


Een rabbijn is een joodse geleerde die een expert is op het gebied van de halacha, de joodse wet. Letterlijk betekent rabbijn leraar.

De term rabbijn wordt tegenwoordig algemeen gebruikt om de spirituele leider van een synagoge aan te duiden. Daarom wordt vaak gedacht dat een rabbijn het joodse equivalent is van een priester of pastoor. Een rabbijn mag inderdaad religieuze diensten en gebeden leiden, maar is daartoe niet verplicht. Zijn voornaamste rol is als spiritueel raadgever, leraar, kenner van de joodse wet en van daar uit de persoon die geschillen aangaande de joodse wet beslist. Een rabbijn is feitelijk nog het meest vergelijkbaar met een rechter.

De meeste joden die tot rabbijn gewijd zijn, werken niet als religieus leider. De titel rabbijn is een academische en eretitel, vergelijkbaar met een doctorale graad. In formele zin duidt de titel alleen het bereiken van een niveau van studie aan, niet een beroep.

GeschiedenisEdit

De rabbijn is niet een beroep dat genoemd wordt in de Thora. De eerste keer dat het woord voorkomt in joodse geschriften is in de Mishnah. Het rabbinaat heeft zich ontwikkeld in de Farizeeïsche en Talmoedische tijden. Rabbijnen worden in die tijden opgedragen de joodse wetten en gebruiken te interpreteren. Heden ten dage zijn rabbijnen ook een soort van pastoors en gaan zij (bij gebrek aan officiële priesters) voor in joods gebed en ritueel, ofschoon deze functies volgens joodse wetgeving niet tot de taakomschrijving behoren.

Rabbijn is een Hebreeuwse term die gebruikt wordt als titel voor hen die uitzonderlijk geleerd zijn, hen die autoriteiten zijn op het gebied van de halacha, en voor hen die aangewezen zijn als spiritueel hoofd van hun gemeenschap. Het woord rabbijn is afgeleid van het Hebreeuwse woord rav, dat in Tenachisch Hebreeuws "groot" of "aanzienlijk" betekent. In de oude Judeese scholen werden de hoogleraren aangeduid als "Rabbi" (mijn meester). Deze term van respect is langzamerhand verworden tot een titel waarin de aanwijzende postfix "i" (mijn) zijn betekenis verloor. In het Hebreeuws en Jiddish wordt nog altijd de titel rav gebruikt.

De titel Rabbi werd gedragen door de geleerden van Israël die gewijd werden door de Sanhedrin, ingevolge de gebruiken die overgeleverd zijn van de Voorouders en werden opgedragen de taak van rechter in strafzaken te vervullen. Daarentegen was "rab" de titel van Babylonische geleerden, die door hun collega's gewijd werden. De eerste generaties rabbijnen hadden geen titels als "Rabban", "Rabbi" of "Rab" -- noch de Israëlische noch de Babylonische geleerden. Dit is nog altijd te zien aan het feit dat Hillel I, die afkomstig was uit Babylon, geen "Rabban" voor zijn naam heeft staan. Ook voor de Profeten geldt dat zij in eerste instantie alleen bij naam genoemd werden en niet "de profeet" genoemd werden, waaraan het parallelle gebruik bij Rabbijnen af te lezen valt. De titel werd in feite voor het eerst gebruikt in de tijd van het patriarchaat.

De titel werd voor het eerst gebruikt voor Rabban Gamaliël de oudere, Rabban Simeon (zijn zoon) en Rabban Johanan ben Zakkai, allen patriarchen of voorzitter van de Sanhedrin. De titel "Rabbijn" raakte ook rond deze tijd in zwang bij degenen bij wie de handen opgelegd werden, zoals Rabbijn Zadok, Rabbijn Eliëzer ben Jacob en anderen en wordt gebruikt vanaf de tijd van de discipelen van Rabban Johanan ben Zakkai. Tegenwoordig is de volgorde als volgt: "Rab"is de laagste titel, gevolgd door "Rabbijn". Daarna komt "Rabban". Alleen een naam zonder titel is het hoogste. Alleen de voorzitters van de Sanhedrin worden "Rabban" genoemd.

De rol van de rabbijn na de val van de Tweede TempelEdit

Na de verwoesting van de Tweede Tempel door de Romeinen verdwenen zeer veel joden uit Palestina in ballingschap. In deze tijd stelden de rabbijnen zich ten taak om vooral het joodse volk bij elkaar te houden en te voorkomen dat het volk zou assimileren in andere volkeren en zo zou ophouden te bestaan.

Om dit te bereiken begonnen de rabbijnen gedeeltelijk de taken van de priesters (die alleen een functie vervulden in de tempel) over te nemen en religieuze diensten te leiden en rituelen te voltrekken (met name huwelijken en bar/bat mitswa's). Daarnaast begonnen de rabbijnen de joodse wet toe te passen als werktuig tegen de assimilatie en ook voor dat doel uit te breiden. Uit deze tijd stammen wetten die het huwelijk tussen joden en niet-joden verbieden en ook wetten over de kasjroet — de wetgeving over wat wel en niet gegeten mag worden, die het moeilijker maken voor joden om sociaal om te gaan met niet-joden. Het is hierin belangrijk om te beseffen dat het doel niet was om niet-joden buiten te sluiten; het doel was om joden binnen te houden.

Daarnaast zetten de rabbijnen zich in om de joden een onzichtbaar gedeelte van de samenleving te maken (uit zelfverdediging tegen haat van anderen — wie niet opvalt, krijgt weinig klappen). Zo werden wetten aangepast en regels opgesteld om de joden als groep meer te laten lijken op de omringende groep. Om geschillen tussen geloof en lokale wet te vermijden, werd besloten dat lokale wet altijd boven joodse wet gaat in geval van tegenspraak. Bovendien werd het westerse joden (de joden die bij christenen leefden en niet bij moslims) voor een – inmiddels verstreken – periode van 750 jaar verboden om meer dan één vrouw te hebben.

De rol van de rabbijn in de laatste 200 jaarEdit

In de 19e eeuw werd in Duitsland en de Verenigde Staten de rol van de rabbijn meer en meer beïnvloed door de taken van de protestantse predikant. Preken, pastorale begeleiding, het woord voeren voor de gemeenschap richting de buitenwereld werden allemaal belangrijkere taken. Niet-orthodoxe rabbijnen zijn tegenwoordig van dag tot dag meer tijd kwijt aan deze traditioneel niet-rabbinale taken dan aan lesgeven en het beantwoorden van wettelijke, religieuze en filosofische vragen. Binnen de modern-orthodoxe gemeenschap bestaat de hoofdtaak van de rabbijn nog uit lesgeven en vragen beantwoorden, maar de pastorale functies zijn in opkomst. Met name in de Verenigde Staten hebben moderne, orthodoxe organisaties pastorale opleidingsprogramma's ingericht voor hun rabbijnen.

Chassidische RebbeEdit

Rabbijnen treden niet op als tussenpersoon tussen de mens en God. Oorspronkelijk behoorde dit concept niet tot de joodse theologie. De opkomst van het chassidische jodendom heeft echter een stevige ontwikkeling veroorzaakt in de rol van de rabbijn. Binnen het chassidisme heeft iedere beweging een religieuze leider die "Rebbe" genoemd wordt. Zijn volgelingen zien hun Rebbe niet als tussenpersoon tussen hen en God, maar als iemand die een hogere graad van verbondenheid met God heeft en daardoor beter dan andere personen in staat is de gemeenschap in de juiste richting te leiden en individuele volgelingen te adviseren.

Zie ook het artikel Rebbe.

Opleiding tot rabbijnEdit

Normaal gesproken bereikt iemand semicha (rabbinale wijding) na het doorlopen van een zwaar programma van studie naar de joodse wetgeving en responsa.

  • Binnen het orthodoxe jodendom zijn deze eisen gehandhaafd. Vrouwen worden geen rabbijn en een seculiere vooropleiding is niet nodig om het rabbinale seminarium te betreden. De sterke nadruk wordt gelegd op de persoonlijkheid van de kandidaat en het niveau dat hij al bezit. Er zijn geen formele eisen wat vooropleiding betreft. Modern orthodoxe rabbinale studenten leren een beetje moderne theologie en filosofie en zeker ook de klassieke, rabbinale werken over die onderwerpen zoals kennis van Thora, Tenach, Misjna en Talmoed, Midrasj, joodse ethiek en gebruiken, wetgeving en responsa.
  • Het Masorti jodendom stellen ook dezelfde eisen, en bovendien ook een gedegen studie van theologie en filosofie -- traditioneel joodse en moderne. Vrouwen mogen rabbijn worden en ook voorzanger. Conservatieve rabbijnen leren wel iets minder Talmoed en Responsa dan hun orthodoxe broeders. Daarnaast stellen de Conservatieve seminaria normaal gesproken een vooropleidingseis op HBO-niveau en behoren pastorale zorg, psychologie, historie van het jodendom en academische beschouwing van de Bijbel tot de verplichte studie-onderdelen.
  • Liberale joodse stromingen slaan een heel andere weg in. Vrouwen en mannen mogen rabbijn en voorzanger worden. Traditionele onderwerpen worden veel lichter behandeld -- vier jaar Talmoed-studie bij deze stromingen staat ongeveer gelijk aan het eerste jaar bij de orthodoxe seminaria. Pastorale zorg, psychologie, historie van het jodendom, academische Bijbelleer, sociologie, culturele studies en moderne, joodse filosofie krijgen veel meer de nadruk en is te vergelijken met de opleiding tot pastoraal werker in het christendom. Verder is een vooropleiding op HBO-niveau vereist.

Niet-orthodoxe rabbijnen staan lijnrecht tegenover de centrale principes van het traditionele jodendom, en worden daarom door orthodoxe rabbijnen niet erkend maar als afvalligen en valse rabbijnen ter zijde gesteld. Alleen zeer liberale modern-orthodoxen vinden dat sommige niet-orthodoxe rabbijnen niet geheel valse rabbijnen zijn. Maar hoever dat gaat, daarover wordt nog druk gediscussieerd. Omgekeerd, echter, erkennen liberale en conservatieve rabbijnen hun meer orthodoxe collega's wel als rabbijnen.

Ad blocker interference detected!


Wikia is a free-to-use site that makes money from advertising. We have a modified experience for viewers using ad blockers

Wikia is not accessible if you’ve made further modifications. Remove the custom ad blocker rule(s) and the page will load as expected.

Around Wikia's network

Random Wiki